Laatste woord
Bij het woord ‘hoogbegaafd’ denken veel mensen nog steeds in eerste instantie aan een IQ dat boven de 130 ligt. Maar in werkelijkheid is het een combinatie van veel meer eigenschappen die een hoogbegaafd kind nét even anders maakt. Iedere maand zetten we een eigenschap in het zonnetje. Deze maand de laatste: een kritische instelling.
Een toepasselijker slotonderwerp voor deze blogserie over de eigenschappen van hoogbegaafden is onmogelijk. Want wat hebben onze leerlingen graag het laatste woord. Met hun kritische instelling nemen ze antwoorden niet zo snel voor lief en niet voor niets verzuchten hun ouders wel eens dat hun werk zo ontspannend is: ‘Mijn beeldscherm zegt niets terug.’
Het lijkt wel of hoogbegaafde kinderen echt altijd een weerwoord hebben. Ze zijn namelijk niet alleen kritisch in hun blik op zichzelf, maar zien ook haarscherp waar het aan schort in gedrag, woorden of kennis van een ander. Een geschiedenisdocent die beweerde dat Anne Frank geboren was in Frankfurt an der Oder – en dat probeerde vol te houden toen haar leerling er haar terecht op wees dat dit toch echt Frankfurt am Main moest zijn – kon volgens dit meisje geen goede docent geschiedenis zijn.
Had de bewuste lerares ervoor gekozen de geboorteplaats van Anne Frank samen met haar leerling na te zoeken en ruiterlijk toegegeven dat ze ernaast zat, dan had ze nu waarschijnlijk met deze leerling kunnen lezen en schrijven. De kunst is om hoogbegaafde kinderen de ruimte te geven voor hun continue stroom aan kanttekeningen én ze te leren hoe ze punten van kritiek kunnen doseren en op een goede manier kunnen overbrengen. Alleen zo worden ze straks volwassenen die op een prettige manier vaak het laatste, wijze woord zullen hebben.